Onderzoek Mette Palm – review persisterende suïcidaliteit

Lieke Vaarwerk
Ervaringsdeskundig bestuurslid
Gepubliceerd op
9 december 2025

Mette Palm is onderzoeker bij het Amsterdam UMC. Ze doet samen met collega’s onderzoek naar persisterende doodswensen.


 

Persisterende suïcidaliteit: een systematische scopingreview van de literatuur

Deze studie onderzoekt persisterende suïcidaliteit. Hoewel dit fenomeen vaak voorkomt in de klinische praktijk, ontbrak tot nu toe een overzicht van de bestaande literatuur. De onderzoekers conceptualiseren persisterende suïcidaliteit als suïcidale gedachten of een doodswens die gedurende minstens één jaar grotendeels aanwezig blijven. De studie richt zich op drie vragen: hoe persisterende suïcidaliteit wordt gedefinieerd en gemeten, hoe vaak het voorkomt, en welke kenmerken samenhangen met een persisterend verloop.

De onderzoekers voerden een systematische scopingreview uit volgens de PRISMA-ScR-richtlijnen. Ze doorzochten zes grote wetenschappelijke databases op studies over mensen bij wie suïcidale gedachten of een doodswens minimaal een jaar aanhielden. In totaal voldeden 63 studies aan de criteria, met deelnemers van verschillende leeftijden, van kinderen en adolescenten tot volwassenen en ouderen. De meeste studies waren van goede kwaliteit.

Een belangrijk probleem dat uit de review naar voren komt, is het ontbreken van een uniforme definitie van persisterende suïcidaliteit. Studies gebruikten sterk uiteenlopende vragenlijsten, verschillende meetfrequenties en verschillende interpretaties van wat ‘persisterend’ precies inhoudt. Deze methodologische verschillen, in combinatie met de uiteenlopende studiepopulaties, maken het lastig om bevindingen tussen onderzoeken met elkaar te vergelijken.

Ondanks deze variatie laten de resultaten zien dat ongeveer één derde van de mensen met suïcidale gedachten deze gedachten langdurig blijft houden. De exacte percentages liepen echter sterk uiteen (van circa 6% tot 67%), vooral door verschillen in de onderzoeksopzet en gebruikte operationaliseringen van persisterende suïcidaliteit.

Daarnaast identificeert de review meerdere factoren die samenhangen met persisterende suïcidaliteit. Personen bij wie de suïcidale ideatie aanhoudt, hebben over het algemeen meer depressieve symptomen, meer slaapproblemen, vaker lichamelijke klachten of beperkingen, ervaren minder sociale steun en zwakkere relaties met ouders of vrienden. Ook eerdere suïcidepogingen lijken ook een risicofactor te zijn.

Belangrijk is dat de studie ook laat zien dat mensen bij wie suïcidale gedachten verdwijnen andere kenmerken hebben dan mensen bij wie deze gedachten aanhouden. Mensen bij wie de suïcidale gedachten verdwijnen, rapporteren vaker hogere sociale steun, een positievere mentale gezondheid, meer hoop en een stabieler of verbeterend psychisch beeld over tijd. Daarentegen hebben personen met een persisterend verloop vaker blijvende of toenemende depressieve en angstklachten, nieuwe of voortdurende psychiatrische aandoeningen, slechtere slaap, minder sociale steun en soms een geschiedenis van suïcidepogingen. Deze verschillen wijzen op mogelijke ‘staging’ (stadiering), wat betekent dat suïcidaliteit zich in verschillende fasen of trajecten kan ontwikkelen.

De onderzoekers concluderen dat persisterende suïcidaliteit een substantiële en klinisch belangrijke groep vormt die specifieke aandacht verdient. Echter, het onderzoeksveld wordt belemmerd door inconsistente operationaliseringen, gebrek aan replicatie en grote variatie in meetmethoden.

Dit belicht de noodzaak van een uniform begrip van persisterende suïcidaliteit. Deze studie stelt een voorlopige definitie voor waarin persisterende suïcidaliteit wordt omschreven als het denken aan zelfdoding, met of zonder suïcidale intentie, of hopen te sterven door zichzelf van het leven te beroven, of suïcidale intenties uiten, gedurende het grootste deel van de tijd, over een periode van minimaal één jaar. Deze voorlopige definitie kan dienen als een vertrekpunt voor een breed gedragen begrip van persistente suïcidaliteit, maar verder conceptueel en empirisch onderzoek is nodig. Er moet aandacht worden besteed aan de vraag of therapieresistentie in een definitie moet worden opgenomen en hoe terugkeer van suïcidaliteit moet worden begrepen in relatie tot persisterende suïcidaliteit, aangezien deze verschijnselen elkaar niet volledig uitsluiten. Bovendien is toekomstig onderzoek nodig om na te gaan of een periode van één jaar een geschikte afkapwaarde is om tijdelijke en persistente suïcidale gedachten van elkaar te onderscheiden.

De geïdentificeerde verschillen tussen persisterende en overgaande ideatie onderstrepen de noodzaak om deze groepen apart te bestuderen en mogelijk verschillend te behandelen.

De originele Engelstalige publicatie van dit onderzoek is te lezen via: Persistent suicidality: A systematic scoping review of the literature – ScienceDirect

Misschien ook interessant

Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!