Op 12 juni j.l is de herziende richtlijn ‘levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische aandoening’ verschenen. De modules die gaan over de onafhankelijke second opinion (4.1) en over het SCEN-consult (5.1) zijn vernieuwd.
ThaNet had hier op 25 juni een netwerkbijeenkomst over, om de aanpassingen in de procedure en de rationale daarvan toe te kunnen lichten. Ook konden er vragen gesteld worden.
In de richtlijn is één en ander veranderd. Ten eerste: het is geen vereiste meer dat de 2nd opinion-arts bij een andere organisatie werkzaam is. Dit was voorheen wel een voorwaarde, om de onafhankelijkheid te waarborgen. Uiteraard mág dat nog steeds een psychiater zijn die binnen een andere organisatie werkt, of bv vrijgevestigd is, maar dat is geen verplichting. Daarbij is dan wel de voorwaarde gekomen dat de betreffende patiënt wordt besproken in een multidisciplinair overleg (MDO); het verzorgen van het overleg in een MDO ligt bij de 2nd opinion-arts. Verder is er bewust voor gekozen om de samenstelling van het MDO -welke professionals hierin vertegenwoordigd worden- aan artsen zelf te laten.
Over de organisatie van de 2nd opinion bij instellingen heeft ThaNet een praktische handleiding geschreven. Deze geeft praktische adviezen hoe de verwijzingen beter georganiseerd kunnen worden en welke denkrichtingen er zijn voor het multidisciplinaire overleg dat nu geadviseerd wordt. Het is een helder een bondig document waar de belangrijkste vereisten en adviezen kort en duidelijk worden samengevat. Je vindt deze handleiding in de kennisbank van ThaNet via: Handleiding organisatie second opinion