Handleiding voor de organisatie van de onafhankelijke second opinion tijdens een psychiatrisch euthanasietraject
Door: Sisco van Veen
Versie: 1
Datum: 25-06-2026
Samenvatting
Deze handleiding biedt praktische handvatten om de onafhankelijke second opinion binnen een psychiatrisch euthanasietraject beter te organiseren. Sinds juni 2026 schrijft de NVvP-richtlijn voor dat hierbij ook een multidisciplinair overleg (MDO) plaatsvindt, wat instellingen vraagt om hun second-opinionproces te herzien. Daarnaast is het al langer moeilijk om psychiaters te vinden die deze second opinions willen uitvoeren, mede door gevoelde onbekwaamheid, het misverstand dat dit tot medeaansprakelijkheid leidt, en gebrekkige organisatie binnen instellingen. Deze laatste oorzaak staat in deze handleiding centraal. Om de second opinions goed te organiseren zijn vijf randvoorwaarden van belang: een goed werkend triageteam, een inhoudelijk coördinator euthanasiezorg, een actuele lijst van bereidwillige psychiaters met hun expertise en capaciteit, gerichte training, en een heldere keuze voor de organisatie van het MDO (eenmalig, instellingsbreed periodiek, of aansluitend bij bestaande teamoverleggen). Vervolgens beschrijft de handleiding een concreet logistiek aanmeldproces: van binnenkomst van de verwijzing en triage, via het benaderen en informeren van een geschikte psychiater, tot de afhandeling bij zowel akkoord als afwijzing, met escalatie naar de coördinator wanneer geen psychiater beschikbaar is.
Achtergrond
De second opinion door een onafhankelijke psychiater, zoals beschreven in de NVvP-richtlijn, is een fundamentele zorgvuldigheidsstap binnen een psychiatrisch euthanasietraject. Zij waarborgt zorgvuldigheid, transparantie en biedt met enige regelmaat nog nieuwe inzichten die tot herstel kunnen leiden. Een belangrijke nieuwe ontwikkeling hierbij is dat sinds juni 2026 in de NVvP-richtlijn wordt geadviseerd om een multidisciplinair overleg (MDO) toe te voegen aan de second opinion. Dit vraagt om reorganisatie en inzet van psychiaters, instellingen en ziekenhuizen.
Naast deze verandering is het al langer uitdagend om een collega te vinden die de second opinion wil uitvoeren. Dit probleem lijkt verschillende oorzaken te hebben; veel collega’s voelen zich niet bekwaam, er bestaat een misverstand dat de second opinion leidt tot medeaansprakelijkheid voor de euthanasie en goede institutionele organisatie en ondersteuning ontbreekt. Dit maakt dat ten tijde van dit schrijven veel second opinions door een kleine groep psychiaters worden gedaan, wat kan leiden tot een lange zoektocht naar een passende second opinion, wat belastend en demoraliserend kan zijn voor patiënten. Daarbij kan het ook langer duren voordat eventuele resterende behandel- of ondersteuningsopties op tafel komen, wat de kans van slagen van deze opties negatief kan beïnvloeden.
Voor de eerste twee barrières (het gevoel van onbekwaamheid en het onterechte idee van medeaansprakelijkheid) verwijzen we graag naar de NVvP-richtlijn en deze ThaNet-handleiding die in detail uitleggen hoe de second opinion wordt uitgevoerd en wat de (juridische) positie is binnen het euthanasietraject. Deze handleiding richt zich op de derde barrière; de gebrekkige organisatie. Onderstaand geven we concrete handvatten hoe de second opinions beter kunnen worden georganiseerd binnen een GGZ-instelling of ziekenhuis. Deze handleiding is dus primair geschreven voor instellingen, maar een groot deel van de adviezen zijn in aangepaste vorm ook voor de vrijgevestigde behandelcontext nuttig.
Randvoorwaarden
Om de second opinions beter te organiseren zijn enkele randvoorwaarden belangrijk. Gelukkig zijn deze bij veel ziekenhuizen en GGZ-instellingen al aanwezig. Hierbij moet gedacht worden aan een:
- Goed werkend triageteam
De meeste instellingen hebben al een centraal aanmeldteam, helaas wordt dit nu vaak niet ingezet bij de aanvraag van second opinions in het kader van een euthanasietraject. Om de weg naar de reguliere routes te vergemakkelijken kan overwogen worden om ‘second opinion euthanasie’ toe te voegen als verwijsoptie in Zorgdomein. Dit heeft als bijkomend voordeel dat dit platform de mogelijkheid biedt om aan verwijzers duidelijk te maken waarvoor wel en niet verwezen kan worden. Het is ook belangrijk dat er mensen met enige inhoudelijke kennis aanwezig zijn in deze teams die de aanvragen kunnen verdelen onder de psychiaters. Daarbij is het belangrijk dat deze teams enige kennis hebben over het euthanasietraject, hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de informatie op thanet.nl. - Inhoudelijk coördinator euthanasiezorg
Ook dit is gelukkig bij de meeste instellingen aanwezig. Omdat euthanasie altijd een gevoelig en ingewikkeld onderwerp blijft, is het belangrijk dat iemand beschikbaar is voor overleg en ruggenspraak, zowel voor het triageteam als voor de psychiaters. Deze coördinator kan ook helpen bij complexe second opinion aanmeldingen of overleg met verwijzers in lastige situaties. Het is dus ook belangrijk dat de coördinator ruimte krijgt van de instelling om deze taak goed te vervullen. Voor deze functie is vaak een ervaren psychiater geschikt met interesse voor het thema euthanasie. Het is ook denkbaar dat deze taak aan een Geneesheer Directeur wordt toebedeeld. Ook kan overwogen worden om deze taak te delen met een kleine groep collega’s, wat het geheel minder kwetsbaar maakt en wat de continuïteit ten goede kan komen. - Een lijst met psychiaters die bereid zijn deze second opinions uit te voeren
Hoewel het uitvoeren van euthanasie een ‘uitzonderlijke medische handeling’ is, is de second opinion tijdens een euthanasietraject dat niet. Tegelijk voelen niet alle collega’s zich hier bekwaam in en hebben sommige collega’s morele bezwaren. Het is dus belangrijk om uit te vragen wie bereid is om second opinions uit te voeren. De lijst die dit oplevert kan het beste beheerd worden door de inhoudelijk coördinator euthanasie die er ook voor zorgt dat deze actueel is. Dit kan door eens per jaar aan alle psychiaters te vragen of ze op de lijst willen danwel er vanaf willen. Hierbij is het verstandig om ook de randvoorwaarden uit te vragen, zoals;- Waar ligt jouw expertise? Oftewel: welk type patiënten kun jij beoordelen?
- Hoeveel second opinions wil je per jaar uitvoeren?
- Ben je in de mogelijkheid om op huisbezoek te gaan?
- Training voor de psychiaters en het ondersteunend personeel
Hoewel een second opinion tijdens een euthanasietraject erg lijkt op een reguliere second opinion, zijn er enkele zaken die extra aandacht behoeven. Het is belangrijk om psychiaters hierin te trainen. Dit kan aan de hand van de ThaNet-handleiding over dit thema. - Een organisatie rondom het MDO
Zoals aangegeven is een MDO nu een vast onderdeel van de second opinion zoals beschreven in de richtlijn. In de richtlijn worden adviezen gegeven hoe dit MDO eruit kan zien, maar er is veel ruimte om dit naar eigen inzicht in te richten. Instellingen doen er goed aan om hier over na te denken. Er zijn verschillende organisatievormen denkbaar:- Een eenmalig MDO
Dit houdt in dat er voor elk nieuw euthanasieverzoek een nieuw MDO wordt gepland. Voordeel hiervan is dat het dan goed mogelijk is om heel secuur te kijken welke deskundigen van meerwaarde zijn bij een bepaalde casus. Nadeel is dat het elke keer weer veel coördinatie vraagt. Dit kan eventueel ondervangen worden door alvast wel een kernteam in te stellen dat in principe beschikbaar is voor het MDO. Deze vorm is dan mogelijk ook vooral geschikt voor vrijgevestigd werkend psychiaters of kleinere instellingen die slechts sporadisch second opinions uitvoeren of wanneer er een uitzonderlijk complexe casus besproken moet worden die vraagt om zeer specifieke deskundigheid. - Een instellingsbreed periodiek MDO
Voor grotere instellingen die met enige regelmaat second opinions uitvoeren kan dit een goede uitkomst zijn. Vaste wekelijkse of tweewekelijkse MDO’s hebben als voordeel dat ze niet elke keer opnieuw gepland hoeven te worden. Nadeel hier is dan wel weer dat de samenstelling iets meer vast staat wat voor zeer complexe problematiek mogelijk minder geschikt is. Dit kan opgelost worden door op indicatie specifieke deskundigen uit te nodigen. Als dit echt niet kan, kan ook overwogen worden om een apart overleg in te plannen met deze specialist. - Aansluiten bij reeds bestaande MDO’s binnen teams
Omdat multidisciplinair werken al zeer gangbaar is in de zorg zullen veel teams al een MDO hebben. Dit is vaak wekelijks, maar kan bijvoorbeeld ook een overdracht zijn. Met enige aanpassingen kan het goed mogelijk zijn om deze overleggen ook geschikt te maken voor het bespreken van een second opinion. Voordeel hiervan is dat het weinig nieuwe organisatie vraagt. Nadeel is wel dat er tijd gevonden moet worden voor de zorgvuldige bespreking van deze vaak complexe beoordelingen.
- Een eenmalig MDO
Logistiek aanmeldproces
Onderstaand is een voorbeeld van hoe het aanmeldproces ingericht kan worden nadat iemand voor een second opinion in het kader van een euthanasieverzoek verwezen wordt. De stappen kunnen uiteraard aangepast worden op basis van de lokale situatie.
- Verwijzing komt binnen bij het triageteam via Zorgdomein of via een extern verwijsformulier. De patiënt wordt aangemeld en ingeschreven.
- Screening vindt plaats door een daarvoor aangewezen persoon. Dit kan een speciaal aangestelde psychiater of psycholoog zijn, maar in de regel zijn goed ingewerkte triagewerkers hier zeer goed toe in staat. Het is dus wel verstandig als er een psychiater beschikbaar is binnen de instelling waarmee overlegd kan worden als het uitzonderlijke complexe verwijzingen betreft.
- De triagist heeft een overzicht van alle psychiaters die second opinions uitvoeren en wat hun specifieke expertise is.
- De triagist beoordeelt de verwijzing inhoudelijk en bepaalt welke expertise gevraagd wordt.
- Waar mogelijk houdt de triagist rekening met de woonplaats van de cliënt en werklocatie van de behandelaar.
- Het verdient aanbeveling om ook bij de psychiaters uit te vragen hoeveel second opinions ze ongeveer per jaar kunnen en willen uitvoeren. Het aantal uitgevoerde second opinions kan ook in de lijst bijgehouden worden zodat psychiaters niet overvraagd worden.
- De triagist mailt de betreffende psychiater met het verzoek tot akkoord om de second opinion uit te voeren. De ervaring leert dat het niet goed werkt als deze second opinions zonder verder overleg op een reguliere second- opinionplek worden ingedeeld. Hoewel een second opinion tijdens een euthanasietraject erg lijkt op een reguliere second opinion, heeft het toch een andere lading en vraagt het meestal om een andere voorbereiding. Daarbij is het belangrijk dat de onafhankelijke psychiater belt met de verwijzer om de tegenoverdracht te beoordelen. Bij poliklinieken die zich specialiseren in euthanasie second opinions is er uiteraard een andere en meer gestroomlijnde logistiek denkbaar waarbij veel van de stappen door administratief personeel worden gedaan, maar gegeven de zeldzaamheid van psychiatrische euthanasie is het onwaarschijnlijk dat deze op veel plekken zullen ontstaan.
- De psychiater reageert:
- Bij akkoord:
- De triagist registreert in het psychiateroverzicht dat deze psychiater een second opinion uitvoert.
- Omdat de psychiater dient te overleggen met de verwijzer, verdient het de voorkeur dat de psychiater vanaf dit moment zelf regie neemt bij het plannen van de afspraak. Daarbij kan het van meerwaarde zijn om alvast met de patiënt te bellen en al enige uitleg te geven over de second opinion. Natuurlijk kan de psychiater hierbij administratief ondersteund worden vanuit een backoffice.
- Bij afwijzing:
- De triagist benadert eenmalig een andere psychiater. Mocht dit lukken, dan worden de stappen gevolgd die hierboven beschreven staan bij “Bij akkoord”.
- Mocht dat niet lukken, dan neemt de triagist contact op met de inhoudelijk coördinator euthanasie. Deze beoordeelt de verwijzing en overlegt eventueel met zijn collega’s om te vragen of ze niet alsnog bereid zijn de second opinion uit te voeren. Als de noodzakelijke expertise niet beschikbaar is of er definitief geen psychiater beschikbaar is, neemt de inhoudelijk coördinator contact op met verwijzer om terug te koppelen dat de second opinion niet uitgevoerd kan worden. Hierbij verdient het de aanbeveling dat de coördinator actief meedenkt waar dit wel kan.
- Bij akkoord: